Christelijke feestdagen

De christelijke feestdagen zijn de herdenkingsdagen van belangrijke gebeurtenissen uit het verleden, zoals die in de Bijbel zijn beschreven. Deze gebeurtenissen heeft God in een bepaalde volgorde in de tijd laten plaatsvinden. Ze hebben voor Gods kinderen een bijzondere betekenis, omdat deze heilsfeiten ook een geestelijke betekenis gaan krijgen in hun leven.


Onze jaarlijks terugkerende feestdagen zijn:

  • Kerstfeest : Herdenken van de geboorte van de Heere Jezus, de Zaligmaker
  • Goede Vrijdag: Herdenken van het lijden en sterven van de Heere Jezus
  • Paasfeest: Herdenken van de opstanding uit de dood van de Heere Jezus
  • Hemelvaartsdag: Herdenken dat de Heere Jezus opgevaren is naar de Hemel
  • Pinksterfeest: Herdenken van de uitstorting van de Heilige Geest

Tussen Goede Vrijdag en Pasen zijn er 3 dagen.
Tussen Pasen en Hemelvaartsdag zijn er 40 dagen.
Tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren zijn er 10 dagen.
Er zijn oudtestamentische gebeurtenissen die een duidelijke relatie hebben met gebeurtenissen in het Nieuwe Testament. We denken dan aan:

  • Pascha (Exodus 12): het slachten van een Lam en het bloed aan de posten/bovendorpel; waar het bloed was ging de verderfengel voorbij. Dit was een heen wijzing naar het echte Paaslam, de Heere Jezus, Die Zijn eigen bloed gaf tot een verzoening voor de zonden van Zijn kinderen.
  • Het feest der eerstelingen of loofhuttenfeest (Exodus 23): hier werden de eerste vruchten van de tarweoogst naar Gods huis gebracht. Op het  nieuwtestamentische pinksterfeest werd met zichtbare tekenen de Heilige Geest uitgestort. Dit was een begin van de inzameling, waarop, tot aan het eind van de tijd, een volle oogst zal volgen: Een grote schare die niemand tellen kan.